Blogbericht

  • Toekomstbeelden

    29 maart 2016
    door

    Als kind wilde ik schrijfster worden. Sinds ik kon schrijven maakte ik gedichtenbundeltjes. Als adolescent wilde ik mode-ontwerper worden en deed daar een opleiding voor. Als jongvolwassene wilde ik kunstenaar worden en ging naar de kunstakademie.

    Ik weet niet hoeveel verschillende dingen jij vroeger wilde worden, maar je hebt ongetwijfeld verwachtingen van de toekomst gehad. En niet alleen wat je beroep betreft. Je had vast ook ideeën over waar je wilde wonen, een vriendengroep, een relatie of gezin… Misschien zou je gaan studeren of reizen…

    En dan blijkt het leven heel anders uit te pakken. Er komen andere dingen op je pad en (lang) niet alles is verlopen zoals je had verwacht of gehoopt. En wanneer je vroegere ambities, idealen, wensen en ideeën in je hoofd blijven rondspoken…wordt je telkens geconfronteerd met ‘dromen’ die niet uitgekomen zijn. En daar kun je vreselijk verdrietig of boos van worden.

    Herkenbaar? Lees dan even verder.

    Nou, deze heb je vast vaker gehoord: “Je moet het een plekje geven”. Ik vind het een nogal inhoudloze uitdrukking. Niet dat het onwaar is! Maar, er wordt vrijwel nooit bij vertelt hoe je dat dan moet doen! En dan kun je niet veel met zo’n uitspraak. Ik heb een tweetal oefeningen die je er wél bij kunnen helpen. Deze week bespreek ik de eerste.

    Niet meer dan gedachten
    Probeer je eens het volgende te realiseren. Toekomstbeelden (ambities, idealen, wensen, ideeën) die je hebt gehad zijn eigenlijk niks meer of minder dan gedachten die je had in een bepaalde fase van je leven. Ze pastten bij jouw en bij het leven dat je toen leidde. En ze waren heel waardevol. Want ze zeiden iets over wie je was en waar je naartoe wilde.

    Allemaal gedachten. En die doen van zichzelf helemaal geen kwaad. Ze vormen echter een probleem wanneer je je huidige leven ermee gaat of blijft vergelijken. Dan kunnen ze zorgen voor gevoelens van teleurstelling en frustratie. Misschien geeft het je zelfs het gevoel mislukt te zijn.

    Maar weet je wat nou zo fijn is aan gedachten? Dat je er niet aan vast hoeft te houden. Gedachten kunnen veranderen of vervangen worden. En zoals je in mijn vorige blog ‘Dat is eng!…denk ik’ hebt kunnen lezen, zijn er hélpende en níét helpende gedachten.

    Vraag je nu eens af welke waarde je vroegere gedachten voor je hebben in het heden. Helpen ze je om het hier en nu een beetje aangenaam te maken? Ja? Prima. Nee? Dan wordt het tijd om ze op te ruimen. Om ze ‘een plekje te geven’ dus. Een plekje waar ze niet de hele tijd voor onrust en verdriet zorgen.

    De oefening die ik volgende week bespreek kan je daarbij helpen.

    Linda.

    «   »

  • Nieuwste berichten

    Alle berichten