Blogbericht

  • “Dat is eng!…denk ik.”

    21 maart 2016
    door

    De vorige keer vertelde ik dat je op een nare situatie kunt reageren met een helpende of een niet helpende reactie. Als je een depressie hebt kan het goed zijn dat je (onbewust!) geneigd bent een niet helpende reactie te geven. De kans is zelfs groot dat dat eraan heeft bijgedragen dat je je chronisch slecht bent gaan voelen. Immers, je bent blijkbaar onvoldoende in staat geweest om jezelf bij tegenslag en intense emoties tot rust te brengen en een duurzame oplossing voor je problemen te vinden. En dat is helemaal jouw schuld niet. Er zijn gewoon allerlei oorzaken voor geweest. Van sommigen ben je je misschien bewust, van andere misschien niet.

    Hoe je depressie ook tot stand is gekomen, voor het herstel ervan is het nuttig om uit te zoeken hoe je anders op een vervelende situatie kunt reageren. Wat zou jij nou in zo’n situatie kunnen doen waardoor je je emoties wél onder controle houdt? En zodat je na kunt denken over wat je aan de situatie kunt doen om je er prettiger bij te voelen? Ofwel, wat is voor jou een helpende reactie?

    We pakken het G-schema er weer even bij. Dat zat zo: je gedachte zorgt voor een bepaald gevoel, en dat gevoel zorgt voor een bepaalde reactie. Dus…als we het rijtje andersom aflopen…kun je eigenlijk pas een helpende reactie geven, als je een helpend gevoel hebt. En hoe kom je aan een helpend gevoel? Door een helpende gedachte te hebben.

    Ja…het begint allemaal bij de gedachte. De gedachten die we bij een gebeurtenis hebben bepalen namelijk hoe we de gebeurtenis ervaren. Want eigenlijk is een gebeurtenis niks meer of minder dan wat feiten bij elkaar. En bij eenzelfde gebeurtenis heeft de één heel andere gedachten dan de ander. Twee mensen zullen bij eenzelfde gebeurtenis dus een ander gevoel hebben en anders reageren.

    Een voorbeeld: twee mensen, zeg A en B, zijn met vrienden in een pretpark. A en B staan bij dezelfde achtbaan. Zowel de vrienden van A als van B willen erin. Oké. Feit 1: de achtbaan is een stellage van metalen onderdelen in allerlei vormen waar karretjes heel snel overheen rijden. Feit 2: de vrienden willen er met zijn allen in. A denkt: “Leuk, doen we!” B denkt: “Dat is eng!.” A voelt zich enthousiast, B voelt zich angstig. Ze reageren dus ook anders. De één gaat mee de achtbaan in, de ander niet.

    Nu kan B heel erg zijn of haar best doen om te denken “Leuk!” in plaats van ‘Eng!” Maar daarmee slaat het angstige gevoel echt niet ineens om in enthousiasme. Het enthousiaste gevoel ontstaat pas wanneer B écht met vertrouwen de achtbaan in durft te stappen.

    Maar goed, nu hoeft natuurlijk niemand persé een achtbaan in. Je kunt eraan voorbij lopen en iets anders gaan doen. Maar in het dagelijks leven komen we ook ‘enge’ situaties tegen waar we níét aan voorbij kunnen lopen. En als je in die situaties leert om jezelf gerust te stellen, kun je er veel beter mee omgaan. En hier liggen helpende gedachten aan ten grondslag.

    De volgende keer vertel ik meer over ‘gedachten’ en bespreek ik een oefening die je helpt om met (negatieve) gedachten om te gaan.

    Linda.

    «   »

  • Nieuwste berichten

    Alle berichten