Blogbericht

  • De drie g ‘s

    8 maart 2016
    door

    Zoals beloofd bespreek ik deze week een theorie en een zelf-observatie oefening. Maar eerst even een algemeen stukje over theorieën in de psychologie.

    Psychologische theorieën beschrijven hoe bepaalde problemen bij een persoon (of een groep personen) ontstaan. Zo’n theorie noemen we een verklaringsmodel. Ook zijn er theorieën die beschrijven hoe bepaalde problemen opgelost kunnen worden. Geen enkele theorie is een keiharde waarheid of is op iedereen van toepassing. Maar wanneer een theorie veelvuldig onderzocht en getoetst is, en veel psychologen merken dat de theorie klopt of werkt, dan wordt zo’n theorie steeds vaker in de psychologische hulpverlening gebruikt. Vandaag beschrijf ik de theorie van het G-schema.

    Het G-schema
    Deze theorie gaat over ‘de drie g ‘s’;

    • je gedachte
    • je gevoel, en
    • je gedrag

    Deze drie zijn heel nauw met elkaar verbonden, en wel als volgt;
    je hebt een gedachte,
    die gedachte brengt een gevoel teweeg,
    je gevoel zorgt ervoor dat je je op een bepaalde manier gedraagd.

    Of andersom gezegd:
    je gedrag is een reactie op het gevoel dat je hebt, en je gevoel is de reactie op de gedachte die je hebt.

    De gedachte die je bij een bepaalde situatie hebt is dus heel bepalend voor hoe je op een situatie reageert. Zo zorgt een negatieve gedachte voor een vervelend gevoel. En door dat vervelende gevoel wordt je bijvoorbeeld heel boos of wil je misschien zo snel mogelijk weg uit de situatie. Zomaar twee voorbeelden van een reactie, die van jou kan natuurlijk anders zijn.

    Ik neem mezelf en een willekeurige situatie even als voorbeeld. Ik maakte een foutje op mijn werk. Mijn leidinggevende was hier niet blij mee en liet dat ook op boze toon weten. Wat dacht ik? “Wat stom van me…ik mag niks fout doen…ik ben slechter dan mijn collega’s…” Hoe voelde ik me daardoor? Ik schaamde me, voelde me minderwaardig en zenuwachtig. En wat deed ik? Omdat ik me ervoor schaamde praatte ik er met niemand over. Ik werkte zo vrolijk mogelijk verder, wat eigenlijk toneelspelen was.

    De oefening: sta de volgende keer dat je in een onprettige situatie belandt eens stil bij wat je nou precies denkt. En breng die gedachte(n) zo nauwkeurig mogelijk onder woorden. Probeer er vervolgens bij stil te staan welk gevoel je erbij hebt. Wees ook hier zo precies mogelijk in. Je bevindingen opschrijven kan verhelderend werken, maar het hoeft niet persé.

    Bedenk je dat het een zelf-observatie is. Oordeel niet over wat je denkt en voelt en denk ook niet aan een mogelijke oplossing. Ga eerst eens rustig kijken hoe het er zo’n beetje in je hoofd aan toe gaat.

    Succes!

    Linda.

    «   »

  • Nieuwste berichten

    Alle berichten